Brouwen in Kortenaken


BROUWEN IN KORTENAKEN

Bier is de oudste en populairste alcoholische drank ter wereld. Vaak wordt Mesopotamië, het huidige Irak, genoemd als bakermat van het bier. Ook in onze contreien kent bier een lange geschiedenis. Zo was het in de middeleeuwen de gebruikelijke drank voor het gewone volk. Het was aan te raden bier te drinken in plaats van water, dat vaak de oorzaak was van het ontstaan van epidemieën. Het bier bevatte vrij weinig alcohol.

In de 17de eeuw kregen onze regio’s er een groot aantal biersoorten bij. Kleine brouwerijen floreerden. De smaak van de bieren werd bepaald door de kwaliteit van het water en de gebruikte ingrediënten. Bij de meest gebruikte methode wordt bier gebrouwen uit gerst, water, hop en gist. In de loop der tijden is de basis van het proces nauwelijks veranderd.

In Kortenaken was er in deze periode een brouwerij in het Hof ter Borcht of de Motte. Dit hof was na Vroenhoven één ven de oudste hoven van Kortenaken. De naam ‘borcht’ duidt op een wachtoren of klein stenen gebouw op een kleine kunstmatige berg of motte gelegen waarrond een kunstmatige gracht ontstond zodat men veilig was voor vreemde indringers.  Het stond vlak bij de kerk en de Velp. Later kreeg de hele omgeving van de borg de naam Borgveld.

In oude bronnen vinden we terug dat het hof rond 1640 dienst deed als brouwerij ‘van een huys hofs ende berck dat een paenhuys placht te syn’.

Omstreeks 1720 behoorde het toe aan Hendrik vanden Hove:  ‘het voors. Paenhuys met het block regenoten de Velpe’ was gelegen’.

In 1746 betaalde men 6 gulden en 10 stuivers aan Ambroes Fredericx voor een ‘reparatie aenden brouwketel’. Er werden toen eveneens 700 garelen verwerkt aan het ‘paenhuys’. Vreemde troepen maakten in 1747 ruimschoots gebruik van het bier.

Na de dood van Hendrik werd de brouwerij in 1754 openbaar verhuurd aan Elisabeth Hagels, weduwe van Geert Keulers.  In 1791 was Nicolaes van Hoef eigenaar van de brouwerij. Ze werd vernoemd tot 1795.

De Franse Revolutie  maakte een einde aan de bloeiperiode van de kleine brouwerijen. Ze maakte niet alleen een einde aan de tot dan bloeiende brouwersgilde, maar verwoestte ook veel kloosters en abdijen, waardoor er een einde kwam aan heel wat brouwersactiviteiten.

In Kortenaken was er het Laathof van Blesbeek, ook Vlierbeekwinning genoemd. Dit hof heeft eeuwenlang dienst gedaan als buitenverblijf en toevluchtsoord van de paters van Vlierbeek. Volgens de overlevering heeft het hof een brouwerij gehad. Doordat de meeste bronnen van de abdij vernietigd zijn in een brand is het zeer moeilijk de juiste toedracht te kennen.

Toen Napoleon enkele jaren later de macht greep, kwamen de brouwersactiviteiten -gelukkig- weer meer dan ooit tot leven.  initiatiefnemers buiten de kloosters zagen in dat het brouwen van drank die door iedereen geliefd is, niet alleen het antwoord is op een duidelijke behoefte, maar daarnaast ook een lucratieve bezigheid kan zijn.

 

 

BROUWEN IN WAANRODE

De oudste herberg-brouwerij was het banpaanhuis van de Schoonhovens. Reeds in de 15e eeuw werd dit paanhuis vermeld. In 1607 werden ‘deze herberg en toebehoorten, groot 3 zillen’ verhuurd aan Hendrik Sheren en zijn vrouw Elisabeth Vanden Bergh. Op het einde van de 18de eeuw werd het bewoond door Peter Vander Velpen.

In 1637 werd een nieuw paanhuis gebouwd in het dorpscentrum. Het ‘Paenhuys’ was tot de recente afbrak het oudste nog overgebleven huis van Kortenaken. Hoewel de voorgevel helemaal verbouwd  en bepleisterd werd  en er verscheidene bijgebouwen toegevoegd werden, bleef een gedeelte van de oorspronkelijke bakstenen zichtbaar.

Uit het klein handgeschreven boekje getiteld ‘Status parochianorum de Waenrode factus A°1760 inchoatus 27 et completus 29 Martij per mc J.B. Geerts, pastorem in Waenrode’ blijkt dat in de 18 de eeuw er twee jonge knechten van 15 jaar werkten in het paashuis bij Filip Vander Velpen nl. Jan Francis Anthoons en Jan Serré.

Het paanhuis beschikte in die periode over 3 knechten en 2 meiden. Dit was het hoogste aantal meiden of knechten in Kortenaken in die periode.

In de herbergen zochten de Waanrodenaren wat vermaak bij een pint bier of een glaasje brandewijn. Op zondag, na de hoogmis, was het wellicht druk in de openbare drankgelegenheden. In de loop van de week kon een openbare koopdag of verpachting heel wat volk lokken. En tijdens of na een bijeenkomst van Sint-Sebastiaansgilde pakte men eveneens een stevige pint. Herbergruzies kwamen dan ook vaak voor. Jaarlijks was er tenslotte nog de kermis. De pastoors waren sterk gekant tegen bijeenkomsten van jong volk waar niet alleen gedronken maar ook gedanst werd.

  

BROUWEN IN KERSBEEK-MISKOM

GESCHIEDENIS BROUWERIJ DE STER

Kersbeek-Miskom beschikte sinds het begin van de 19de eeuw over een brouwerij die bleef bestaan tot 1945. De familie Kemerlinckx speelt een belangrijke rol in het ontstaan en de geschiedenis van deze brouwerij.

Rond 1820 besliste Joannes Franciscus II Kemerlinckx (1780-1897) tot de bouw van een nieuwe hoeve op slechts 50 meter van de ouderlijke hoeve in de Hanenstraat in Kersbeek. In 1843 erfde het echtpaar Franciscus III Kemerlinckx (1816-1897) en (volle nicht) Rosalie Kemerlinckx  de hoeve (1816-1881). In 1862 werd de hoeve opnieuw vergroot door een ‘Nouvelle construction’ aan de gehele westelijke zijde: twee aaneengesloten volumes werden opgetrokken tussen de bestaande noordelijke en zuidelijke vleugels.

Het noordwestelijke volume deed dienst een brouwerij en het centrale volume was een stokerij. In 1865 komt een deel van de hoeve op een lijst met ‘gevaarlijke gebouwen’ omdat de landelijke stokerij was gebouwd zonder vergunning. Rond 1879 werd beslist om de brouwerij te vergroten, ten nadele van de stokerij, die werd opgeheven. In 1895 vergrootte de familie Kemerlinckx een tweede keer haar brouwerij.

Tussen 1888 en 1927 is de hoeve in eigendom van zoon Edmond Kemerlinckx (1858-1927) en Rufine Bruyninckx.

Hun ‘Brouwerij De Ster’ brouwde twee soorten bier voor de lokale herbergen. De likeurstokerij werd nog voor 1900 opgeheven omwille van een wetgeving die een jaarlijkse vergoeding voorzag voor het stilleggen van de stokerij. De oostelijke vleugel en noordoostelijke hoek werden in 1910 uitgebreid met een aangebouwde stal. Ook de noordelijke gevel van het woonhuis kreeg een kleine aanbouw. Een jaar later volgde een heropmeting en de bouw van een nieuwe woning net ten oosten van de hoeve. Het bier werd op vaten gebrouwen tot 1917. In 1917 werd al het koper (ketels etc.) meegenomen door de Duitse bezetter.

De brouwerij werd opnieuw gestart in 1922. Het echtpaar Kemerlinckx-Bruyninckx en zoon René Kemerlinckx-Vanschoubroeck runden de brouwerij vervolgens nog tot 1945. Na de sluiting werden het woonhuis, de brouwerij, stokerij en het magazijn kadastraal samengevoegd in 1952. Zowel het woonhuis als de in 1989 tot woonhuis omgevormde voormalige schuur (zuidvleugel) worden nog steeds bewoond door leden van de familie Kemerlinckx.

 

 

BROUWEN IN HOELEDEN

PANISHOEVE

Ook in Hoeleden vinden we in de 19de eeuw een brouwerij. Deze situeerde zich in ‘De Panishoeve’, gelegen langs de Hoeledensebaan op een steenworp van de Velp, is een goed bewaarde historische hoeve met een geschiedenis die teruggaat tot de veertiende eeuw.

De oudste vermelding van de hoeve dateert van 1385. De ‘heerlijke’ rechten over Hoeleden zijn in het bezit van de baronie van Diest. De hoeve die zodoende eveneens onder de heren van Diest  valt, wordt dan ’s Herenhof of Baronshof genoemd. De eerste hoeve bevond zich niet op de huidige site, maar dichter bij de Velp.

In 1748 wordt Baron de Man van Attenrode eigenaar en hij  laat in 1760 een nieuwe hoeve bouwen op de huidige site, die nu de naam Paenhuyshoeve krijgt. Paenhuys in de benaming verwijst onmiskenbaar naar het bestaan van een brouwerij. In de kaarten van Popp van omstreeks 1850 wordt het bestaan van de brouwerij bevestigd.

In 1841 doet Eigenaar Josephus-Alexander Gautier, burgemeester van Hoeleden, doet een grondige verbouwing en uitbreiding van de hoeve.  De hoeve krijgt haar huidige vorm. De brouwerij aan de Velp wordt gesloopt en overgebracht naar de nieuwe hoeve. Na Josephus-Alexander Gautier loopt het familiebezit door via zijn schoonzoon, Prosper Le Grand.

Vanaf ongeveer de helft van de 19de eeuw pachtte het echtpaar Ludovicus Mathieu Raymaekers en Catharina Elisabeth Kemerlinckx de hoeve als landbouwbedrijf en brouwerij. Catharina Kemerlinckx was de dochter van Georges Kemerlinckx en Elisabeth Vandenhove van de ouderlijke hoeve Kemerlinckx in het naburige Miskom. Raymaekers was burgemeester van Hoeleden tussen 1870 en 1882.

Omstreeks 1930 wordt de brouwerijactiviteit stopgezet.

 

BROUWEN IN WAANRODE

BROUWERIJ ALEN

Het huidige ontmoetingscentrum Bergendal was vroeger een brouwerij.

Tijdens de jaren 1892-1895 was er reeds sprake van een brouwerij genaamd ‘Brasserie Vandereycken’.

Op 28 april 1906 kocht Joseph Wauters, een brouwer uit Donk, deze brouwerij van mevrouw Elisabeth Vandervelpen, weduwe van Joannes Vander Eycken. Tijdens de periode dat de brouwerij  eigendom was de  van de heer Wauters was het “Brasserie Gambrinus”.

Het verhaal van brouwerij Alen begint met Jozef Alen (1874-1963) en Theresia Bruyninckx (1883-1974). Toen zij in 1909 nog maar pas getrouwd waren, trokken zij naar Brussel.

Jef kocht een pand op de Place Alfons Lemmens in Anderlecht. Hij startte een bedrijf waar men flessen melk steriliseerde, genaamd ‘Laiterie du Concordat’. Achttien jaar lang werkte hij er met vijf arbeiders en de melk werd met paard en kar naar de winkel gebracht.

Hoe goed de zaken ook draaiden, de heimwee naar het geboortedorp Waanrode bleef bij Jef knagen. In 1920 kocht hij er de brouwerij aan de Grote Vreunte, die eigendom was van de familie Wauters.

Jef begon heen en weer Brussel te reizen en installeerde zich op een lege kamer in de brouwerij om er het reilen en zeilen een beetje in het oog te kunnen houden. Julien Mollu, die de brouwer was bij de vroegere eigenaar, bleef in dienst bij Jef. De eerste biervaatjes rolden de brouwerij uit. Met paard en kar werden ze naar de eerste klanten gebracht.

Het heen en weer gereis naar Brussel begon zwaar te wegen en aangezien er aan de brouwerij geen woonst was voorzien, besliste Jef in 1927 een woning bij de brouwerij te bouwen. Theresia verbleef inmiddels met de kinderen in de Kleine Kempen. In 1928 kon de familie zich definitief huisvesten naast de brouwerij.

Het eerste bier dat werd gebrouwen was “zwart bier” een donker zoet tafelbier. Het was zo sterk dat ‘als ge het op tafel zet de pint aan de tafel blijft plakken’. Daarna volgde het tafelbier (Diesters) en wat later het lichtere bier.

Nadien volgde andere soorten: verschillende soorten tafelbier, een pilsbier (Jagenberg), een kriekbier (Morelle), geuzebier,  trappistenbier en een trippel.

Er werd niet alleen bier gebrouwen maar ook was er een vergunning voor het bereiden van limonades, cola en mineraal water.

Het gezin, dat zes kinderen telde, had alle kwaliteiten in huis. De oudste zoon, Theophiel, was een goede smid. Hij was de man van het metaal en ijzerwerk in de brouwerij. Jan volgde lessen aan de Brouwerijschool te Brussel en nam het roer over van Jules Mollu en werd zelf brouwer. Paul was de ‘commercant’ en deed de verkoopbezoeken aan huizen en cafés. Irène, de dochter, hielp moeder in het huishouden en Jos (Pit) genoemd moest met de vrachtwagen de baan op een oogje in het zeil te houden. Pit danste immers nogal een graag in de cafés en dan kwam er van werken niet veel meer in huis. Lea hielp dan de boel recht houden.

Aan de brouwerij bevonden zich 3 grote waterputten: één van deze putten werd gebruikt om te brouwen en was 80 meter diep. Later werd er tot 120 meter diepte geboord: deze waterput werd gebruikt om de limonade ‘Berg en Dal’ te maken.

Moeder Florence deed de volledige boekhouding van het bedrijf. Zij had school en internaat gelopen in Heverlee, kon een aardig woordje Frans lezen en schrijven en wist de brouwerij in goede financiële banen te leiden.

Menig jonge kerel van Waanrode heeft een korte of lange tijd in de brouwerij gewerkt. De werkgelegenheid was in die tijd niet zo schitterend en werk in eigen dorp als werknemer of bieruitvoerder was voor velen een welgekomen iets. Zo hebben Paul Vanwinckelen en Arthur Claes er een goede leerschool als bierverkopers gehad: zij werden later zelf bierhandelaars.

In september 1979 werd het laatste brouwsel gemaakt en 31 december 1979 was het einde van “Brouwerij Alen”

BROUWERIJ ANDERS

BROUWERIJ ANTIDOOT

Vrije tijd Erfgoed Bakken & Brouwen Brouwen in Kortenaken