Bakken in Kortenaken


Bakovens en bakhuizen: De plaatsen waar mensen vroeger samenkwamen en samenwerkten om het dagelijks brood te bakken.

Velen zijn verdwenen sommigen worden nog steeds gebruíkt, anderen zijn stille getuigen van een verleden waar nog tijd gemaakt werd voor deze eenvoudige, vanzelfsprekende dagtaken.

 

Een beetje geschiedenis over ovens en bakhuizen ín Vlaanderen

10.000 jaar geleden veranderde de mens zijn nomadische levenswijze naar een landbouwers bestaan. Ook in onze streken bakte hij hoogstwaarschijnlijk toen al zijn brood. Nu ja… ‘brood’ zul je dat brouwsel van toen nog niet echt kunnen noemen: Een steen werd verhit en dan begoten met deegpap. Het eerste brood zal er dus eerder als een dikke pannenkoek hebben uítgezien.

De bakoven, zoals we die nu nog kennen, dus met ovenvloer en koepel, bestaat zeker al 4000 jaar. De Romeinse geschiedschrijvers vermeldden in hun reisverslagen dat de Galliërs of Oude Belgen in hun ovens platte broden bakten. Die broden waren van gierst, haver, gerst, en soms ook tarwe.

Een echt ‘bakhuis’ als afzonderlijk bouwsel, los van het woonhuis, kennen we van in de middeleeuwen, maar voordien moet het zeker al bestaan hebben. Dat de bakhuízen los van de woning stonden heeft natuurlijk zijn reden: het ovenvuur met zijn vlammen/ gensters en gloeiende houtskool- in de nabijheíd van het strodak van het woonhuis was geen veilige combinatie.

Toch werden ovens soms ook in of tegen het huis gebouwd en de ovenmond kwam dan meestal uit in de ‘wandhaard’ of ‘open schouw’; dit is de stook- en kookplaats tegen een muur met rookopvang en schouwpijp.

Het bakkersberoep was vooral- een verschijnsel in de opkomende steden. In de loop van de Middeleeuwen was er steeds meer specialisatie en werd ook steeds meer en beter brood gegeten: elk Iand, streek of stad had zijn eigen typische bakproducten. Vlaanderen was vooral bekend omwille van zíjn lekkere vlaaien. Op het platteland bakten de mensen zelf hun brood. Vooral ín de grotere boerderíjen zíjn ovens en bakhuízen te vinden. Het bakken gebeurde meestal één maal per week, zo tussen 15 en 25 broden, afhankelijk van de grootte van de oven en de behoefte van de bewoners. Op sommige plaatsen vind je twee ovens naast elkaar: een grote en een kleinere. In de kleine oven kon dan gemakkelijk een ‘tussenbak’ worden gedaan als het brood voortijdig op was. Op sommige plaatsen werden in de grote oven ook ‘paardenbroden’ gebakken, dat waren grote zware roggebroden die in de wínter als bijkomend voedsel dienden voor de trekdieren.

Wie zelf geen bakoven had, kon zijn brood laten bakken bij een buur of ín een gemeenschappelíjke bakoven. In de dorpen was er vaak zo een publíeke bakoven die zich meestal op het dorpsplein bevond. Bakhuizen waren een plaats van ontmoeting.

Na de tweede wereldoorlog werd brood steeds vaker gekocht in de bakkerij. Het thuis broodbakken in een stenen oven werd minder gebruikt. Daardoor raakten vele ovens en bakhuizen in verval of ze kregen een andere functie als stal of berghok. Velen verdwenen ook omdat ze in de weg stonden of de stenen voor iets anders konden dienen.

Toch zien we de laatste jaren een kentering. Mensen gaan terug de waarde appreciëren van een authentiek gebeuren in de drukte van deze tijd. Bakhuizen en bakovens zijn zoveel meer dan productieplaatsen van brood en gebak. Het zijn ook plaatsen van samenwerkíng en ontmoeting, van gezelligheid en onthaasting, van het doorgeven van ambachtelijke expertise, van plezíer vinden in de simpele maar mooie dingen van het Leven. Meer en meer mensen willen daarom de oven die bij hun woning hoort herstellen of heropbouwen. Sommigen willen van nul beginnen en een nieuwe oven of bakhuis bouwen. Maar hoe begin je daaraan? Lees hiervoor zeker de inventaris van de Erfgoedraad van Kortenaken, die ontleend kan worden bij de bibliotheek.

De molens van Kortenaken


DE WATERMOLEN VAN KORTENAKEN

De oudste molen van Kortenaken was een watermolen. Hij werd in 1200 bij legaat van Wouter van Blesbeke aan de abdij van Vlierbeek geschonken. Vanaf 1336 werd de molen telkens genoemd in de cijnsregisters als ‘Abbas de Vlyrbeke de molendino’.

Op een figuratieve kaart uit 1664 werd hij aangeduid met ‘plaets vande molen’. Er is duidelijk een waterwiel te zien.

Een tekst uit 1773 vermeldde de molen voor het laatst: ‘tot aende straete bijde Velpe daer die molen van Compenrode eertijds gestaen heeft tot in de Velpe’.
Op de kaart van Ferraris in 1771 werd hij niet meer aangeduid.
De molen was gelegen op de Velp, naast een brug van de Lapstraat.

DE WINDMOLEN VAN KORTENAKEN

Naam: Windmolen van Kortenaken, Moedermolen

Ligging: Huidige Molenbergsstraat

Type: Staakmolen met gesloten voet

Functie: Korenmolen

Bouwjaar: 1865: overgebracht van de Lapstraat in Kortenaken

Verdwenen: 1960: gesloopt

Geschiedenis

In 1806 deed graaf Jacques Joseph de Cornelissen een windmolen bouwen op zijn 107 bunder groot eigendom te Kortenaken. Hij werd gebouwd enkele meters ten zuiden van de hoeve nu ‘Oude Molen’ geheten, voor de helft betaald door de graaf, voor de andere helft door Peter Frans Raymaekers. In 1835 behoorde deze helft toe aan zijn zoon Egidius Raymaekers.

In 1860 kocht Bartholomeus Alen de molen af van de graaf. Hij was tevens pachter van de hoeve.

Deze molenaar lustte echter graag wild , en hazen en fazanten van de graaf kwamen vaak in de verkeerde pan terecht, dit tot groot ongenoegen van de heer. Ten einde raad deed de graaf aan Bartholomeus opzeg van de hoeve. Deze kon in 1865 niet anders dan zijn molen afbreken en mee verhuisde er mee naar de Schans.

Zijn zoon Remy volgde hem in 1897 op als molenaar. Bij diens dood in 1928 kwam de windmolen in ’t bezit van Prosper Vandepoel die hem vervolgens een drietal keren verhuurde o.a. aan Alfons Kimps.

Onze molen en de molen van Assent werden in 1959 verkocht aan de stad Diest die de molen van Assent liet herbouwen aan de Warande. Bij de restauratie werden onderdelen van onze molen gebruikt. De molen werd afgebroken tussen 2 februari en 10 maart 1960.

 

DE WINDMOLEN VAN WAANRODE

De molen bevond zich op de hoek van de Molenstraat en de Overstraat. Omstreeks 1830 werd hij gebouwd door Joannes Vandervelpen, molenaar uit Wersbeek. Via huwelijk en erfenis werd de molen in 1911 eigendom van Frans Vanderwaeren. Hij bleef molenaar tot 1940 en overleed in 1945. De molen was daardoor in de twintigste eeuw gekend als de ‘Vanderwaeren molen’. In 1958 werd de molen gesloopt.

Naam: Molen van Waanrode, Molen Vanderwaeren

Ligging: Molenstraat 2

Type: Staakmolen

Functie: Korenmolen

Gebouwd: 1818

Verdwenen: 1958: sloop

Geschiedenis: De molen van Waanrode wad een houten korenwindmolen aan de westzijde van de Molenstraat, nabij de hoek met de Overstraat, op 400 meter ten oosten van de kerk. Op het kruispunt van beide straten stond een veldkapel die voor 1775 werd gebouwd (aanduiding op de Ferrariskaart). De standaardmolen werd in 1818 gebouwd. De laatste molenaar Frans Vanderwaeren, gehuwd met een dochter van molenaar Jan Vander Eycken, maalde nog in 1940, maar overleed in 1945. De stilstaande standaardmolen kwam geleidelijk in verval en werd in 1958 gesloopt. Op de locatie staat nu een villa.

Eigenaars na 1830

  • voor 1834: Joannes Vandervelpen, Wersbeek
  • 1866: testament: Petrus Vandervelpen, molenaar in Waanrode
  • 26 mei 1868: erfenis: kinderen (overlijden van echtgenote van Petrus Vandervelpen)
  • 12 mei 1874: gift: Jan Vander Eycken-Vandervelpen, molenaar in Waanrode
  • 17 november 1890: erfenis: weduwe en kinderen (overlijden Jan Vander Eycken)
  • 12 juni 1911: deling: Frans Vanderwaeren (gehuwd met Stephanie Vander Eycken), molenaar in Waanrode
  • 27 mei 1945: erfenis: de weduwe (overlijden Frans Vanderwaeren) en de erfgenamen

 

DE WATERMOLEN VAN RANSBERG

De molen, Overmolen of Overstemolen genaamd of ook Molen Van Wilder of Stiersmolen, was gelegen op de Velpe, Strostraat 13 in Ransberg.

De molen, opgericht voor 1447, was een korenmolen met een houten onderslagrad. Omstreeks 1938 werd de moleninrichting verwijderd. Alleen van de gebouwen blijven nog enkele restanten over.

Geschiedenis

In 1447 zou de molen een leen geweest zijn van de heer van Neerlinter en in 1506 bracht hij jaarlijks 9 mudden rogge op. Een ‘mud’ kwam overeen met 8 halsters (1 halster= 2 molenvaten en 1 molenvat = 4 viertelen). Een halster koren was bijna 30 liter.

De molen is aangeduid op de oudste kaarten: de Ferrariskaart (1771-1774), de Atlas der Buurtwegen en bij Popp en Vandermalen als ‘Stiers molen’.

Adrien Joseph Van Wilder, die in 1865 de windmolen van Miskom had opgericht, kocht de watermolen van Ransberg aan in 1869. Gustaaf Vanderwaeren, molenaar op de windmolen van Miskom, werkte eveneens op de watermolen van Ransberg. Zijn zoon was molenaar op de houten molen van Waanrode.

In 1788 was de watermolen eigendom van Jan Bellens.

In 1938 werd de molen door brand geteisterd, om daarna nog alleen gebruikt te worden als stal

 

DE WATERMOLEN VAN MISKOM

Arnautsmolen

De watermolen van Miskom was in de loop van de tijd gekend onder verschillende benamingen: Wijbersche Molen, Nederste Molen, en ten slotte Arnautsmolen,. Het was een korenmolen met een onderslagrad, gelegen op de Velp in het gehucht Vroente, op grens met Ransberg en Kortenaken.

De molen ontstond al voor 1500 en bleef in gebruik tot 1960. Hij is tot op heden bewaard gebleven als gebouw.

Type: Onderslag watermolen

Functie: Korenmolen

Geschiedenis

De molen is aangeduid op de oudste kaarten zoals Ferraris. Maar de molen moet zeker al vroeger bestaan hebben, vermits Jan van Baussele hem rond 1500 in leen gaf aan Hendrik van Schoonhoven. Van Baussele en van Schoonhoven waren addelijke heren met aanzienlijke landeigendommen in onze contreien. Jan van Baussele was schepen in Diest, Hendirk van Schoonhoven drossaard te Aarschot.

In 1853 werd de familie Arnauts eigenaar van de molen. In 1940 werd hij vernietigd bij de inval van de Duitsers en het volgende jaar weer opgebouwd. Tot 1960 werkte de molen op waterkracht. De loop van de Velp werd toen verlegd, waardoor het molengebouw thans een eindje verwijderd is van de huidige loop van de rivier.

Jef Arnauts, geboren in 1928 te Kersbeek-Miskom, was de laatste molenaar tot 1987. Nadien had orgelbouwer Stan Arnauts nog zijn atelier in het molengebouw. In 2016 werd het verkocht.

 

DE WINDMOLEN VAN KERSBEEK

Naam: Molen van Kersbeek, Molen Jonckers, windmolen van Kersbeek

Ligging: Beekstraat 4

Type: Staakmolen met open voet

Functie: Korenmolen

Gebouwd: 1877, uit Sint-Pieters-Kapelle

Verdwenen: 1942, sloop

Geschiedenis

De molen van Jonckers was een houten korenwindmolen aan de zuidwestzijde van de Beekstraat.

De standaardmolen werd in 1877 overgebracht uit Sint-Pieters-Kapelle (Molen op de Heizel) door Charles Jonckers-Claes, landbouwer uit Hoeleden

De houten molen was even voor de tweede wereldoorlog nog in goede staat, maar werd in het oorlogsjaar 1942 gesloopt. Hij was dan nog met houten perstelroeden (borstroeden) uitgerust.

Op de locatie is nog steeds de maalderij Jonckers bvba gevestigd.

Opeenvolgende eigenaars

  • 1877, opbouw Carolus Jonckers-Claes, landbouwer te Hoeleden
  • 7 augustus 1905, erfenis: en de kinderen (overlijden van Mrs. Claes)
  • 27 juni 1918, deling: 1/3 Trifon Jonckers, landbouwer in Kersbeek-Miskom en 2/3 Richard Jonckers-Costermans, landbouwer in Kersbeek-Miskom

 

DE WINDMOLEN VAN HOELEDEN/STOK

Ligging: Helstraat

Type: Staakmolen

Functie: Korenmolen

Gebouwd: 1857/1913

Verdwenen: 1913: brand, 1952: sloop

Geschiedenis

Op het gehucht Stok, nu een deel van de gemeente Kortenaken, verkreeg ene Jozef Buvens op 16 oktober 1856 de toelating om een standaardmolen op te richten met een vermogen van 10 PK. De molen werd gebouwd op 57,5m hoogte langs de Helstraat, in de bocht van de weg. In de nabijheid kwam later een zogenaamde “vuurmolen”. Deze maakte deel uit van een huis, dat nog steeds bestaat.

De dochter van Jozef Buvens, Cordula Buvens, huwde met Minus van Looi, een schrijver uit Tessenderlo. Hij schreef het boek: “De Molen van Baai”.

De molen brandde af in 1913 maar werd hetzelfde jaar weer opgebouwd.

Armand Andries maalde met de windmolen van 1927 tot zijn aanhouding door de Duitsers in 1944. Hij stierf in een concentratiekamp. Daarna heeft een van zijn zonen nog verder gemalen met de molen tot in 1946.

De in onbruik geraakte molen kwam stilaan in verval en werd in 1952 gesloopt. Drie van de vier grote teerlingen waarop de molen stond, bleven lange tijd staan maar zijn intussen ook verdwenen.

 

DE WATERMOLEN VAN HOELEDEN

Ligging: Nieuwstraat in Hoeleden, aan de Molenbrug aan de Velpe

Type: Onderslag watermolen

Functie: Korenmolen

Gebouwd: voor 1687

Verdwenen: 1940, oorlog

Geschiedenis: De watermolen van Hoeleden was een graanwatermolenaan de Nieuwstraat, bij de Molenbrugop de Velpe, op 33.27 meter boven de zeespiegel.

De molen was in het bezit van de opeenvolgende heren van Hoeleden.

Eleonore de Croesere, dame van Hoeleden, bezat de watermolenin 1687. Ze verzette zich in 1687 samen met het klooster van Cabbeek van Tienen (eigenaar van de Rotelmolen in Bunsbeek) tegen de oprichting van een windmolen op de Venusberg in Kapellen.

De Hoeledense watermolen wordt afgebeeld op de Ferrariskaart van 1775.

Eigenaars na 1830

  • voor 1834: eigenaar Deman de Lennick, rentenier in Brussel
  • 14 juni 1838: verkoop: Huens-Smolders Fredericus Martinus, landbouwer te Vissenaken
  • 2 november 1844: erfenis: weduwe en kinderen van Fredericus Huens
  • 29 oktober 1862: erfenis: de kinderen (overlijden weduwe Smolders)
  • 21 juli 1863: verkoop: Delacoste Edmondus Karel Guillaume, de kinderen
  • 30 december 1876: deling: Delacoste Paulus Alexander Guillemus, rentenier te Glabbeek-Zuurbemde
  • 15 mei 1892: erfenis: Ysebrant de Disque-Delacoste Julius, de weduwe, eigenares te Brussel en Delacoste, Theresia, eigenares te Brussel
  • 27 januari 1894: deling: Delacoste Theresia Henrietta Josephina Maria Ghislena, eigenares te Brussel
  • 15 maart 1899: erfenis: de erfgenamen (overlijden Theresia Delacoste)
  • 7 maart 1901: deling: Ysebrant de Disque Edmond, eigenaar te Brussel
  • 17 februari 1929: erfenis: Kervyn de Lettenhoven-Ysebrant de Disque baron Adrian Marie Joseph Jules Bruno Ghislain, eigenaar te Elsene (overlijden van Edmond Ysebrant de Disque)

De molen was in 1928 nog in werking. Hij werd in 1940 vernield. Na de oorlog werd er een woonhuis opgetrokken dat in de jaren ’90 grondig werd verbouwd.

DE BAKOVEN VAN HERMAN

OP BEZOEK BIJ DE WATERMOLEN VAN STEVOORT

Vrije tijd Erfgoed Bakken & Brouwen Bakken in Kortenaken